Verse en gedroogde kruiden zijn geen exacte kopieën. Verse kruiden brengen sappigheid en frisse topnoten; gedroogde kruiden geven een geconcentreerde, warmere smaak die tijd nodig heeft om los te komen.

Kijk naar de rol van het kruid

Peterselie, koriander en basilicum worden vaak als frisse afwerking gebruikt. Gedroogde varianten missen die sappige beet. Tijm, oregano en rozemarijn behouden gedroogd juist veel karakter.

Vervang daarom niet blind op volume. Bepaal eerst of het kruid de basis van het gerecht vormt, mee moet garen of pas aan tafel voor contrast zorgt.

Pas hoeveelheid en timing aan

Begin bij gedroogde kruiden met ongeveer een derde van de hoeveelheid verse kruiden. Voeg ze vroeg toe aan soep, saus of stoofpot zodat vocht en warmte het aroma openen.

Verse zachte kruiden gaan meestal op het einde erbij. Stevige takjes rozemarijn of tijm kunnen eerder meekoken, maar verwijder harde stelen voor het serveren.

Voorkom een stoffige smaak

Wrijf gedroogde kruiden kort tussen je vingers en ruik. Komt er nauwelijks geur vrij, dan zijn ze waarschijnlijk te oud. Meer toevoegen maakt een vlak kruid vooral stoffiger.

Laat gedroogde kruiden even bloeien in olie of warm vocht, zonder ze te verbranden. Rond het gerecht af met iets fris wanneer de smaak zwaar wordt.

Controle voor het serveren

  • Eerst ruiken
  • Gedroogd spaarzaam doseren
  • Vroeg laten hydrateren
  • Vers op het einde

Proef en kijk na iedere stap opnieuw. De beste keuze is de keuze die past bij het product, de beschikbare tijd en het resultaat dat je op tafel wilt zetten.